Een TwinQ verschijnt in je ogen op het moment dat je iets ziet, hoort of voelt dat je raakt, enthousiast maakt of inspireert

1 op de 4 kinderen & jongeren heeft minimaal 1 ‘label’ en wat blijkt? Elk nadeel heeft z’n voordeel!

Uit ons grootschalige en diepgaande onderzoek naar “de TwinQ van kinderen en jongeren anno nu” blijkt dat Generatie Zenz intuïtiever en sensitiever is dan de meeste mensen denken. En steeds meer kinderen en jongeren zijn (over)gevoelig voor allerlei prikkels. Of dit nu lawaai, drukte, kriebelige kleding, een sfeer of de emoties van anderen zijn. Ieder kind gaat hier op z’n eigen manier mee om. De een trekt zich terug, kan zich niet concentreren, is heel erg druk of krijgt een woede uitbarsting, de ander wordt juist heel erg aanhankelijk, verdrietig of krijgt zelfs depressieve gevoelens. Helaas is het onderwerp sensitiviteit en intuïtie voor de meeste mensen nog onbespreekbaar. En omdat we daarnaast meer gericht zijn op de symptomen dan op het waaróm ergens van, worden deze symptomen vaak bestempeld als de nadelige eigenschappen van labels als ADHD, ADD, Autisme, Hoogsensitiviteit etc. Wij zien echter dat deze kinderen en jongeren juist specifieke passies en talenten hebben. En het lijkt erop dat kinderen en jongeren met een label sensitiever zijn, anders ‘gewired’ zijn en hun ‘voelsprieten’ het liefst daar in zetten waar hun passies en talenten liggen en zich afschermen voor activiteiten die hen minder boeien.

Bij 1 op de 4 kinderen en jongeren is minimaal 1 label vastgesteld

Bij één op de vier 5-25 jarigen is minimaal 1 label is vastgesteld. En bij meer dan 40% is minimaal 1 label vastgesteld en/of bestaat het vermoeden hiervan; en bij de 9-12 jarigen is dit zelfs de helft! Even voor de duidelijkheid, met ‘labels’ worden hier Hoogsensitief, Hoogbegaafd, Dyslexie, ADHD, ADD, Hyperactief, Autisme, Dyscalculie, PDD-NOS en Asperger bedoeld. Als we kijken naar de onderverdeling van deze labels dan zien we het volgende:

Verdeling labels

Opvallend hierbij is het grote aantal kinderen en jongeren waarbij het vermoeden bestaat dat ze Hoogsensitief zijn terwijl Hoogsensitiviteit nog relatief onbekend is bij de meeste mensen.

Labels en het ‘zesde zintuig’

Dat Generatie Zenz meer met het ‘zesde zintuig’ heeft dan wij normaal gesproken aannemen, is nu ook cijfermatig onderbouwd. En tijdens de gesprekken viel het me verder op dat kinderen en jongeren met minimaal één label ook anderszins erg sensitief zijn. Elk op hun eigen, unieke manier. En zou het zo kunnen zijn dat de nadelige eigenschappen van hun label een gevolg is van hun sensitiviteit? Dat ze anders ‘gewired’ zijn? Dat ze eenvoudigweg overprikkeld raken omdat hun ‘ontvangstsysteem’ wellicht meer opvangt dan de meeste mensen kunnen horen, zien of voelen? Dan zij zelf kunnen verwerken?

Tijd dus om te kijken of kinderen en jongeren met een label significant meer of minder hebben geantwoord dat ze ‘intuïtie, het aanvoelen van mensen, paranormaal, helderziend of spiritualiteit’ leuk vinden en/ of goed kunnen dan kinderen en jongeren zonder het betreffende label:

labels en zesde zintuig

Als we kijken naar kinderen en jongeren waarbij een ‘label’ is vastgesteld, dan blijkt dat zij zelfs nog meer dan anderen aangeven ‘paranormaal’ en ‘helderziend’ leuk te vinden en/ of goed te kunnen. Ook geven meer kinderen en jongeren met het label Hoogsensitiviteit, Hoogbegaafdheid , ADD, Hyperactief, Dyscalculie en Asperger aan dat ze de gedachten van anderen lijken te kunnen lezen. Terwijl significant minder kinderen en jongeren met het label Autisme, Asperger en/of PDD-NOS’ zeggen het leuk te vinden om de emoties van anderen aan te kunnen voelen. Dat kinderen en jongeren met Autisme en Asperger minder goed in persoonlijk contact zijn, minder empatisch zijn, daar is al veel over geschreven. Maar zou het zo kunnen zijn dat ze het minder leuk vinden omdat ze hun ‘voelsprieten’ liever ergens anders voor gebruiken? Iets dat beter bij hun passies aansluit?

Elk nadeel heeft z’n voordeel!

Mede door bovenstaande uitkomsten en versterkt door de vele gesprekken, ontstond bij mij de theorie dat kinderen en jongeren met een ‘label’ wellicht een aantal ‘voelsprieten’ verder hebben ontwikkeld dan anderen. Dat zij deze ‘voelsprieten’ mogelijk daar inzetten waar hun hart naar uit gaat? En dat zij misschien andere ‘voelsprieten’ afsluiten voor datgene dat verstorend kan werken op hun passie? Dit om bewust of onbewust helemaal op te kunnen gaan in juist datgene wat hen mateloos boeit? Dat hun ‘label’ misschien wel iets zegt over hun specifieke passies en talenten… Dat in elk nadeel van een ‘label’ dus misschien wel een eigen uniek voordeel schuilt? Dus zou het zo kunnen zijn dat kinderen en jongeren met:

  • ADD beschikken over zo’n inlevingsvermogen dat ze helemaal opgaan in hun eigen fantasiewereld met bijbehorende beelden en gevoelens waardoor het voor hen moeilijk is om zich te concentreren omdat ze telkens ‘wegvliegen’ in hun eigen gedachtewereld?
  • Dyslexie en Dyscalculie wellicht creatieve beelddenkers zijn die alles in beelden voor zich zien waardoor de symbolen van onze taal voor hen lastiger te hanteren zijn dan beelden?
  • ADHD of Autisme juist heel erg energiek en fysiek zijn ingesteld en het voor hen belangrijk is om regelmatig actief bezig te zijn om hun overtollige energie kwijt te kunnen zodat alle spanning uit ’hun lijf verdwijnt?
  • Autisme of Asperger heel erg geïnteresseerd zijn in kennis en informatie zoals bijvoorbeeld techniek en zich helemaal kunnen inleven, helemaal kunnen opgaan in deze materie waardoor er weinig tot geen ruimte bestaat voor ‘gedoe’ met menselijke interacties?
  • Hoogsensitiviteit heel erg op zoek zijn naar verbinding met mensen, dieren en/of de natuur en zich hiervoor helemaal openstellen waardoor ze te weinig naar zichzelf luisteren en regelmatig overspoeld raken met impulsen van buitenaf en zichzelf daardoor af en toe verliezen of volledig uitgeput raken?

 

Deze theorie klinkt wellicht wat vergezocht, maar uit het kwantitatieve onderzoek blijkt dat er wel degelijk een samenhang bestaat tussen kinderen en jongeren met een bepaald label en hun specifieke passies en talenten. Daarnaast is er ook een duidelijke samenhang te zien tussen de diverse labels en beelddenken en activiteiten waar ze van opfleuren als ze even niet zo lekker in hun vel zitten.

Labels en talenten

Zo kunnen we bijvoorbeeld zien dat kinderen en jongeren met:

  • Hoogsensitiviteit inderdaad meer dan anderen geïnteresseerd zijn in de natuur en activiteiten gericht op mensen of dieren
  • Dyslexie en dyscalculie echte beelddenkers zijn en het leuk vinden om creatief bezig te zijn of dingen uit te vinden
  • Autisme, PDD-NOS, Asperger minder gericht zijn op andere mensen maar meer gefocust op techniek, computers en programmeren, repareren en sleutelen, uitvinden en ontwerpen
  • ADHD en ADD meer dan anderen hebben aangegeven op te fleuren door actief bezig te zijn en hun energie kwijt te raken door bijvoorbeeld fysiek bezig te zijn en buiten te rennen wanneer ze niet zo lekker in hun vel zitten. Actief bezig zijn zou voor hen meer een noodzaak kunnen zijn dan een hobby.

 

Het blijkt dus dat kinderen en jongeren met een label sensitiever zijn en hun ‘voelsprieten’ het liefst daar in zetten waar hun passies en talenten liggen en zich afschermen voor activiteiten die hen minder boeien.

 

Kortom elk nadeel heeft z’n voordeel!

Het wordt in mijn ogen dan ook tijd om rekening te gaan houden met de unieke passies en talenten van onze kinderen en jongeren en hen te ondersteunen in de weg om hun mooiste zelf te kunnen ontwikkelen!